De dag van de uitvaart

Op 12 augustus 2015 word ik wakker.
‘Er is wat vandaag’ denk ik. Zo’n gevoel wat iedereen wel kent.
Vroeger toen je wakker werd op je verjaardag. Je wist het meteen want er was iets leuks.
Of als je heel erg bang bent voor de tandarts en je je realiseert dat je die dag voor controle moet. Nou dat laatste gevoel, maar dan ernstig uitvergroot, maakt dat mijn maag zich vlak na het wakker worden direct omdraait.
Want vandaag is de dag van het afscheid.
Ons afscheid van jou.

Ik sta op en kijk nog maar weer eens naar die lege plek in ons bed. Onbeslapen. Ik ruik aan je kussen en ligt het nou aan mij of ruik ik jouw geur minder. Verlies ik dat ook al?
Mijn houvast voor het slapen gaan ’s avonds, mijn ritueel, nog even met mijn hoofd op jouw kussen. Om daarmee even te ontvluchten aan dat ellendige gevoel van alleen in bed stappen.

Naar beneden. Ontbijten. Mwah, geen trek maar toch maar doen. Een beschuitje met aardbeienjam van Bon Maman, uit La Douce. Ik kom tot de helft en gooi de rest weg.
Een glas water en koffie dan maar, veel koffie.

Nagels lakken, dat moet ik doen. Want we trekken slippers aan vandaag.Het is mooi zomers weer en we gaan gekleed volgens jouw zomertenue. Juul in korte broek en ik in een jurkje. Precies zoals vermeld op jouw rouwkaart.

Menno komt Juul halen, om samen jouw auto te gaan wassen (en bij de Mac te lunchen) want die was nog stoffig van Frankrijk en dat kon natuurlijk niet. Wij rijden van Het Familiehuys in Poeldijk naar Eikelenburg achter je aan. Zo reizen we toch nog even samen, belangrijk voor ons gevoel want we hebben tenslotte niet samen naar huis kunnen rijden.

Er komen vrienden en bekenden langs, om nog even sterkte te wensen en een knuffel te brengen. Ook Sanne, Juuls ‘oude’ juf staat ineens voor de deur. Helemaal uit Drachten en met een mooie foto met tekst. Zo lief. Ik schenk koffie als elke andere dag. Maak graag tijd voor iedereen, net als altijd en vandaag helemaal. Want elke afleiding is meer dan welkom. De tijd moet gevuld tot 12.30 uur, als we naar het rouwcentrum gaan.

We kleden ons om, Juul in korte broek en ik in zomerjurk. Met als finishing touch onze vakantieslippers.

image

Bij het Familiehuys hebben we nog even lol. Omdat je geen kleine vent bent zoals de uitvaartverzorger dat noemt heb je een zogenaamde bovenmaats kist. En die gaat maar nét aan door de deur van de rouwkamer. Het vergt moed, beleid en trouw. We schieten heel even in de lach, van de zenuwen. Want je kist voorbij zien gaan richting lijkwagen voelt opnieuw zo enorm onwerkelijk. Het doet fysiek pijn.

Op je kist lezen we de teksten die er de afgelopen dagen op geschreven zijn. Door Juul, je ouders, Walter, Menno en mij. Mooi en heel confronterend. Passend bij jou. Bloemen en slippers worden bovenop gelegd, jouw whiskeyglas en -fles gaan in mijn handtas.

We vertrekken. Het is een surrealistische rit. We hebben het over de raarste dingen. Ik merk onder andere op dat ik blij ben dat je netjes in het midden van de wagen bent geschoven, het Mercedeslogo midden onder de handgreep aan het voeteneinde van jouw kist “Omdat je er héél slecht tegen kan, oh sorry kòn, als dingen niet recht hingen of stonden”. We schieten weer even in de lach. Ook om de één of andere truttebol die het presteert om op een rotonde haar kleine Japanner tussen de lijkwagen en onze auto met uitvaartvlaggetjes te drukken. Jij zou getoeterd en gefoeterd hebben. Wij berusten. We bezinnen. En hoe dichterbij Eikelenburg we komen hoe stiller het wordt in de auto.

Als we arriveren stappen Juul en ik uit. Het laatste stuk lopen we achter jou aan. Langzaam, hand in hand en in gedachten.

image
Familie en goede vrienden staan ons op te wachten. Samen gaan we naar de familiekamer. Door de vitrage zien we dat het druk is. Erg druk. En….ik zie veel korte broeken en slippers. Ook in onze kamer. Walter en Wendela die speciaal ‘even’ op en neer vliegen vanaf hun vakantieadres in Spanje om afscheid van jou te kunnen nemen. Ik krijg er nog een brok van in mijn keel, wat een vriendschap en liefde spreekt dáár uit.

Peter, onze steun en toeverlaat van het uitvaartbedrijf, vraagt of Juul, je ouders en ik even met hem mee wil lopen naar de aula, om te beslissen of het is zoals we in gedachten hadden. Alsof we ooit iets dergelijks hadden willen bedenken….ik slik het in en loop braaf achter hem aan.
Wat ik zie is boven verwachting. Een zee van zonnebloemen, met veel kaarsjes. Juul typeert het treffend “Pap heeft nu gewoon zijn eigen zonnebloemveld”. Er is massaal gehoor gegeven aan die ene subtiele hint op jouw kaart. En ik schiet vol.

image

De warmte is voelbaar, de vriendschap, de liefde, de betrokkenheid, de steun, het verdriet, de moeite die door een aantal is gedaan door eigen kaarten vol foto’s van jou te maken en erbij te leggen. Jouw foto op het scherm. Alsof ik je er zo vanaf kan plukken. Als dat toch eens kon. Ik zet jouw glas en de fles op de kist en we gaan terug naar de familiekamer.
Nog even herpakken, glas water, naar het toilet en dan met alle verdere familie en vrienden samen naar de aula.
We nemen plaats op de eerste rij, een dubieuze eer. De plek waar mensen in het theater een moord voor doen maar die je bij uitvaarten het liefst aan anderen afstaat.

Peter neemt nog wat zaken met ons door en dan is het tijd om de deuren te openen voor vrienden, collega’s en kennissen of, zoals dat in uitvaartjargon heet, belangstellenden.

Het eerste nummer wordt gestart,  Home – Simply Red
Het lijkt eeuwig te duren voor iedereen binnen is en ik hoor het nummer dan ook drie keer voorbij komen. Er worden nog meer zonnebloemen bij jou neergelegd. De tranen komen nu al. Ik voel Pa’s hand om mijn schouder. Juul zit tussen twee vriendinnen in, die haar liefdevol steunen.

Peter heet iedereen welkom, vertelt wat er is gebeurd in Frankrijk op ‘onze’ camping waardoor wij hier nu met z’n allen zitten. En vraagt dan of ik naar voren wil komen. Ik sta op en loop verdoofd naar voren, mijn papier met toespraak samenknijpend. Ik leg het op het spreekgestoelte en strijk het glad. En dan besluit ik om iets te doen wat niet op mijn blaadjes staat. Ik merk op dat het druk is en dat ik dat heel fijn vind. En vraag of diegenen die slippers aan hebben gedaan hun hand op willen steken. De respons is enorm. Meer dan de helft….hoe bijzonder is dat.
Ik slik de emotie weg en begin met mijn toespraak. Het lukt me om het te volbrengen maar wat kost het een moeite. Ik durf niet naar de kist of de mensen voor me te kijken. Ik wil het zelf doen, zelf vertellen, voor jou, als eerbetoon en om anderen te laten weten hoe ongelofelijk goed wij het samen hadden, hoeveel onvoorwaardelijke liefde er bestond, hoe verliefd we nog op elkaar waren – ook na 23,5 jaar, hoe zorgzaam jij was, hoe trots op je dochter, hoe eerlijk, hoe direct en hoe vól humor en leven je zat. En dat het dus gruwelijk oneerlijk is dat jij niet verder mocht leven…..

Als ik weer zit begint Une Belle Histoire van Alderliefste en Paul de Leeuw te spelen. Het nummer dat we elk jaar draaiden als we de grens met Frankrijk over reden. Hét sein dat we echt weer naar ons tweede thuis reden. De fotopresentatie start. Ik ben blij dat ik ergens naar kan kijken en tegelijkertijd zie ik ook helemaal niets. Het gaat in een waas aan me voorbij.

Dan is Julia aan de beurt om haar verhaal te vertellen, over haar vader, die ze gruwelijk mist en zal blijven missen. Wat doet ze het mooi, wat een prachtige woorden heeft ze gevonden om haar liefde voor jou te uiten. Wat een kanjer van een meid heb jij achtergelaten. Wat zou je trots op haar zijn….
Na haar verhaal zet het door haar uitgekozen nummer in: Story of my life – One Direction
Let wel, een speciale versie. Want jij vond die gasten van One Direction eigenlijk maar niks. Met uitzondering van deze speciale versie van dit nummer. Opgenomen in een leeg stadion, net als jij ooit meemaakte bij Chris Rea tijdens een soundcheck. De begeleidende foto’s zijn nu vooral van jou en Juul. Prachtig. Wat een mooi duo vormden jullie. De twee liefdes in mijn leven.

Dan is het de beurt aan een collega van Bunzl, het bedrijf waar je je 9,5 jaar met hart en ziel voor hebt ingezet. Niks was te gek, een keer op zaterdag om 5 uur op en een levering persoonlijk afgeven omdat de ondernemer de maandag erna een nieuwe winkel opent. Een keer met klanten op pad naar een voetbalwedstrijd in Heerenveen. Uiteraard ook op zaterdag. Je maakte lange dagen, vooral toen je er nog een rayon bij kreeg door vertrek van een collega. Je werkgebied besloeg Texel tot Terneuzen en als bonus Brabant en Limburg. We zagen je vaker niet dan wel. Vooral de laatste twee jaar was het heel druk. Soms te druk. En als je eens een middag thuis was omdat je mee wilde naar een bijeenkomst of afspraak voor Juul dan zat je tot diep in de nacht achter je bureau om je administratie bij te werken en offertes te maken. Ze konden jou met een gerust hart je gang laten gaan.

Alex, je mede-hockeycoach vertelt over jouw bevlogenheid langs de lijn. Over je strakke wissels, je directheid, je standvastigheid en betrouwbaarheid. Dat je wekelijks reed en dat jullie elke vrijdag even contact hadden. Hoe trots je was over jullie zaalkampioenschap en hoe erg je de pest in had dat dat niet ook op het veld gelukt was.
De meiden komen naar voren en laten met een yell horen dat ze het komende seizoen voor jou willen winnen. Mooi. Er volgt applaus.

Zowel in je werk als langs het veld stond je je mannetje.
Geen wonder dat deze beide verhalen worden gevolgd door Vivre – Laat me

Je vriend Walter volgt. Met een verhaal over vriendschap, gezelligheid, lachen, eerlijkheid, directheid, samen klussen en prutsen, fietsen, genieten, kameraadschap en verlies. En over jouw grote hart, waardoor je altijd voor íedereen klaarstond. En dat het nou net dat hart was wat niet sterk genoeg bleek…
Walter kan wel tegen een geintje.
Daarom durven we na zijn toespraak het nummer Tikkeltje Raar – De Règâhs te draaien. Dit draaide jij héél graag om mij te plagen. De tekst gaat over een vrouw die haar man wil verlaten. Je grapte dan “Ach als je het niet meer trekt kun je altijd nog met boomerang-air, kom je vanzelf weer terug”. Je wist wel beter. Als ik iets níet wilde was het zonder jou zijn. We waren een gouden koppel, jij een man uit duizenden.

Dan is de beurt aan je vader. Ma en ik houden elkaar stevig vast. Hij vertelt over het telefoontje wat zij met ons voerden, zij in Arnhem en wij in Frankrijk, waarbij we aan beide zijden in shock verkeerden. Dat de afstand tussen Nederland en Frankrijk daarbij zo enorm groot was. Dat het voor hen de omgekeerde wereld is, je kind te moeten verliezen. En over hoe zij vroeger een veel leuker telefoontje mochten plegen, om hun ouders te vertellen dat zij grootouders waren geworden. Hoe jij heel je ziel en zaligheid gooide in Kerstfestiviteiten en kampeermaterialen. Hoe je hen altijd hielp bij ICT-problemen. Als hij terugloopt naar de bank en weer naast ons komt zitten start het door hem voor jou gekozen nummer: Mag ik dan bij jou – Claudia de Breij
Velen schieten vol. De foto’s uit jouw jeugd die worden getoond zijn prachtig. Het grijpt me aan. Ik durf niet om me heen te kijken.

Gelukkig neemt Peter het over met de ‘dienstmededelingen’.
Een dankwoord voor iedereen die gekomen is. En het verzoek om ook ná de uitvaart, in de nog zwaardere periode die nu aanbreekt, door ons tuinhekje met de tekst Place des Amis te blijven komen en aan te kloppen voor een koffietje of borrel. Dat steun, hulp en aandacht van vrienden juist de komende dagen, weken, maanden en jaren zo hard nodig zal zijn en dat wij zeker ook dezelfde gastvrijheid zullen blijven tonen als toen Tjebbe nog bij ons was.
Ook vertelt hij dat iedereen in de borrelkamer een glas ontvangt maar verzoekt om nog even te wachten met drinken totdat wij ons bij hen hebben gevoegd. Omdat ik graag eerst nog een toast op Tjebbe uit wil brengen.

En dan is het daar….het moment wat mij koude rillingen bezorgt.
Toen jij zes jaar terug een mild hartinfarct had gehad spraken we onze wensen over de uitvaart uit naar elkaar. Jij wilde als uitsmijter je favoriete Kerstnummer Driving home for Christmas  Ik zei toen nog grappend “Jou kennende knijp je er dan in de zomer tussenuit”. En jij met vette grijns “Dat zou zomaar kunnen”. Je kreeg gelijk. Helaas. Maar het was jouw wens, typerend voor jouw gevoel voor humor. En dus draaien we het. En ik krijg bij de eerste tonen toch even een glimlach op mijn gezicht. Hoe bizar is het, Kerstmuziek terwijl het buiten bloedheet is.

Als de mensen aan jouw kist voorbij lopen en afscheid van jou nemen kan ik mijn tranen niet meer bedwingen. We weten dat het onvermijdelijke moment daar is. We moeten je opnieuw achterlaten. Nu definitief. We blijven nog even als familie bij jou zitten. Maar dan is er echt geen ontkomen meer aan. We lopen langs je kist, Juul en ik als laatsten. Ik pak jouw glas en de fles Bushmills Honey,  die hebben een week lang bovenop de kist gestaan. En nu gaan ze weer mee naar huis. Terwijl jij achterblijft. Raar.

image

Julia zet je slippers nog even andersom en we lopen, steeds weer omkijkend, de aula uit.
Dag lief, tot ooit.

Ik loop de deur tegenover de aula door en de keuken in van het crematorium. Er wordt even verbaasd opgekeken door het personeel. Ik vraag om ijs voor in mijn whiskey.
In tegenstelling tot jou (en tot jouw grote ergernis) drink ik het namelijk wel met ijs.

Als ik de borrelkamer in loop wacht iedereen inderdaad op ons, met een glas in de hand.
Ik hef het mijne en zeg “Doe mij een groot plezier, lééf het leven, heb lief, koester elkaar. Op het leven, op Tjebbe” en neem dan een slok. Het brandt en dat voelt goed. Omdat ik even weer wat voel. We hebben bewust gekozen om niet op een rijtje te gaan staan maar zelf rond te lopen tussen de gasten. Een goede beslissing. Er hangt een ontspannen sfeer. Fijn en warm. En wat voel ik me tegelijk ook ongelofelijk verloren tussen al die mensen.

Peter overhandigt me een tasje. Met daarin de linten en kaartjes van de bloemstukken, het condoleanceregister en de opname van de uitvaart. Ik loop ermee de deur uit en buiten ligt nu een echt zonnebloemveld. Jij bent naar beneden. Ik wil er niet aan denken en loop snel naar de auto. Daar staat Menno ons op te wachten. Om ons naar het restaurant te brengen waar we met de familie nog wat gaan eten. Dat gaat in een roes aan me voorbij. Ik wil eigenlijk even helemaal niks, ik kan niet normaal nadenken. Tijdens het eten komen er ineens tranen. Terwijl ik voor mijn gevoel niet eens huil. Menno haalt ons weer op na de koffie en als Juul zich bewust even boven terugtrekt ga ik nog even met Menno mee om bij hen een borrel te drinken.

Eenmaal thuis valt er een deken van onmetelijke moeheid over me heen. Ik stap in ons bed, nu alleen nog maar mijn bed. Het is buiten bloedheet en ik heb het ijskoud. Ik steek de stekker van het warmtekussen in het stopcontact, zet ‘m aan en sla mijn armen er omheen. De tranen komen nu en zijn niet meer te stoppen. Hoe moe ik ook ben, van slapen komt weinig. Na twee keer naar beneden te zijn geweest voor thee doe ik nog een poging en om 4 uur val ik eindelijk in slaap. Nooit meer is nu voor altijd.

 

 

 

 

 

4 gedachtes over “De dag van de uitvaart

  1. Heb je verhaal gelezen. Niet omdat ik je ken maar omdat ik een tante ben van een van de mensen die reageerden.Een lang verhaal maar omdat het zo mooi was kon ik niet ophouden met lezen. Het heeft me ontroerd. Prachtig omschreven. Ik wens jou en je familie nog heel veel sterkte toe.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s